Eten

Archeologen vermoeden dat zo’n 65 tot 80% van het eten van de Bandkeramiekers bestond uit graanproducten - brood, koeken, pap, enz. – die het hele jaar door gegeten werden. Dat was een enorm verschil met hun voorgangers - de jagers-verzamelaars. 

Die graansoorten kwamen in de tijd van de Bandkeramiekers (postglaciaal West-Europa ) overigens niet in de vrije natuur voor. Ze zijn dus bewust door de eerste boeren geïmporteerd dan wel meegenomen uit het Midden-Oosten.

Archeologen hebben proberen uit te rekenen hoeveel graan de Bandkeramische boeren moesten verbouwen om te overleven. Archeologen denken dan dat (gemiddeld) een dorp van 50 bewoners 11 hectare landbouwgrond nodig had om een benodigde oogst van  8.800 kg emmer en eenhoorn nodig te kunnen realiseren.

Eenkoorn
Eenkoorn

Tweekoorn / Emmertarwe
Tweekoorn / Emmertarwe

Archeobotanische vondsten in Sittard-Geleen

In Sittard-Geleen hebben archeologen bij verschillende opgravingen archeobotanische vondsten gedaan: Geleen - Janskamperveld, Geleen - Urmonderbaan, Sittard - Stadswegske en Sittard - Fontys.

Archeobotanie de wetenschap die plantaardige resten bestudeert die bij archeologisch onderzoek worden gevonden. Specialisaties zijn onder andere pollenanalyse en onderzoek van zaden en vruchten. Vaak zijn de resten door verbranding (in dit geval in de Bandkeramische tijd) verkoold, waardoor ze ook bewaard zijn gebleven. 

Naast graansoorten verbouwden de Bandkeramiekers ook

  • Erwten
  • Linzen 
  • Lijnzaad: dat werd gebruikt oliewinning en – als vlas - als basisstof voor linnen
  • Maanzaad (de zaadjes van de papaverplant): dit werd gebruikt voor oliewinning en vermoedelijk ook als medicijn en als opwekker van rituele/psychologische effecten

Sterk uitvergrote maanzaadjes
Sterk uitvergrote maanzaadjes

Linze (Lens culinaris)
Linze (Lens culinaris)